Afgelopen lopen zaterdag ging ik (Judith) naar de Klimaatmars in Amsterdam. Met 40.000 andere mensen om onze overheid op te roepen om veel meer te doen tegen de opwarming van de aarde. Want het gaat niet de goede kant op. Het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) waarschuwde deze voor de zoveelste keer dat we de klimaatdoelen voor 2030 in de verste verte niet gaan halen. Afgelopen zomer hebben we een glimp opgevangen van de gevolgen daarvan: het (angst)zweet liep ons over de rug.
Ik had me verheugd om naar de demonstratie te gaan, maar eenmaal op de Dam nam een moedeloos deel in mij het van me over. Gaat dit signaal eigenlijk wat uitmaken? Onze overheid heeft veel mooie woorden, maar de bijbehorende daden ontbreken. Hoeveel warmer moet het nog worden?
Mijn lief Jan (hij is natuurbeschermer) en ik praten geregeld over hoe het komt dat de meeste mensen wel weten wat de gevolgen van ons gedrag zijn, maar toch zo weinig doen. Ik keek om me heen op de Dam en vroeg me af: welke keuze maken al deze bewuste mensen eigenlijk zelf: eten ze nog vlees? Vliegen ze nog? Is het voldoende als we allemaal een beetje minderen?
Hoe kom je nou tot een keuze waar je zelf achter kunt staan? Hoe verloopt de innerlijke dialoog bij onze afwegingen? En hoe doe ik dat eigenlijk zelf? Laat ik eerlijk zijn: mijn keuzes zijn niet zo milieubewust. Afgelopen voorjaar vloog ik bijvoorbeeld naar Griekenland, naar mijn geliefde schrijversoord. Ik ben daar zó graag. En trouwens, als niemand er meer heen zou gaan, kunnen ze daar de tent wel sluiten. Dat zou toch doodzonde zijn! Deze twee stemmen voeren de boventoon. Op de achtergrond klinkt de stem die zegt: “Vliegen, dat kan écht niet meer!”
Met de trein dan? “Maar dat is drie dagen reizen, dus zes heen en terug. Een beetje uit evenwicht als ik daar tien dagen ben”. Mijn welwillendheid om een alternatief te kiezen verdwijnt. Een derde stem komt een handje helpen: “Tja, voor het milieu maakt het echt niet uit of jij wel of niet gaat. Dat vliegtuig komt toch wel vol. Moet jij daar dan je plezier voor opofferen?”. Kortom: ik vloog naar Griekenland, weliswaar met vliegschaamte, maar toch. Ergens in een verscholen hoekje van mijn hart treurde een Ik stilletjes over mijn besluit.
Zo zal het velen van ons vergaan. We willen wel wat doen voor het klimaat, maar niet als dat teveel offers vraagt. Maar dan komen we er natuurlijk niet, met onze klimaatdoelen!
Aan de Wageningen Universiteit (WUR) start over twee weken een onderzoek om mensen te helpen zich meer bewust te worden van hun innerlijke dialoog, zodat ook klimaatbewuste innerlijke stemmen meer gehoord gaan worden. Ze maken daarbij gebruik van de Voice Dialogue methode. Promovenda Marije van Gent en haar team gaan onderzoeken of het letterlijk opschrijven van de innerlijke dialoog tussen onze ikken mensen gaat helpen om te komen tot meer verantwoorde keuzes. Hun onderwerp is ambivalentie m.b.t. vlees eten.
Marijke Leys (Voice Dialogue Instituut België) en ik werden uitgenodigd om mee te kijken met de onderzoeksopzet. Zodat alle stemmen wel zonder oordeel en respectvol gehoord worden en de deelnemers vanuit het midden naar al hun stemmen kunnen luisteren. We zijn ontzettend benieuwd naar de resultaten.
Voice Dialogue gebruiken om mensen te helpen bewustere keuzes te maken, nu ook voor het milieu. Wat een prachtige toepassing. Ook voor mijzelf!
